Werkwijze
Een (grond)radar of Ground Penetrating Radar (GPR) is een geofysisch meetinstrument waarbij gebruik wordt gemaakt van elektromagnetische pulsen met radiofrequentie voor het lokaliseren van structuren en bodemvreemde objecten in de ondergrond. De radiogolven worden verstuurd en ontvangen door een sensor die met een continue snelheid over het maaiveld wordt voort bewogen. Daarbij dient de onderkant van de sensor steeds contact te hebben met het maaiveld. De metingen worden in een gridscan, langs parallelle en loodrechte lijnen met een vaste tussenspatiëring, ofwel in een linescan, zonder vaste tussenspatiëring, uitgevoerd.
Tijdens elke meetlijn wordt er een verticaal profiel (radargram) geregistreerd. Door de reistijd van het gereflecteerde signaal te berekenen, wordt de positie (XYZ) van bodemvreemde objecten bepaald.
Uitvoering en Resultaten
Een grondradaronderzoek biedt een snelle en non-invasieve screening van een terrein waarbij vlakdekkende resultaten worden bekomen.
Het doel van het onderzoek bepaalt de keuze voor de frequentie van de sensor. Afhankelijk van de frequentie varieert de resolutie alsook de penetratiediepte van enkele tientallen centimeters tot enkele meters. Sensoren met een hoge frequentie bereiken een beperkte meetdiepte maar genereren data in een hoge resolutie, terwijl sensoren met een lage frequentie een grotere meetdiepte bereiken in een lage resolutie.
De radargrammen, die de reflecties van de ondergrondse elementen weergeven, kunnen in real-time geraadpleegd worden. Het combineren van de radargrammen gebeurd tijdens de post-processing en resulteert in een 3D-model waarbij horizontale dwarsdoorsnedes per 10cm worden gecreëerd. De resolutie en de meetdiepte is enerzijds afhankelijk van de frequentie van de sensor en anderzijds van de geologie (klei absorbeert het signaal in grotere maarde dan zand), de grondwaterstand (water absorbeert het signaal) en het maaiveldtype.
Het voordeel van een grondradar in vergelijking met de traditionele leidingdetectoren, bestaat erin dat ook niet-stroomvoerende kabels, plastic leidingen en diepere structuren kunnen opgespoord worden zoals massieven, funderingen, tanks, etc.
De resultaten worden gepresenteerd in de vorm van kaarten en horizontale doorsnedes (.pdf, .dwg, etc.) waarop de ondergrondse structuren, objecten of anomalieën worden gevisualiseerd. De meetresultaten fungeren als kompas bij het inplannen van terreinproeven of ter lokalisatie van gekende en ongekende nutsleidingen om (graaf)schade aan ondergrondse infrastructuur te voorkomen.
Toepassing
Een grondradaronderzoek wordt aanbevolen binnen onderstaande onderzoeksvragen:
-
-
Kabel-en leidingdectie: gas, elektriciteit, communicatie, sanitair, transport vloeistoffen, gestuurde boringen, etc.
-
-
-
Lokaliseren van kelders, restanten van (paal)funderingen, bestrating, beton en metselwerk
-
-
-
Karteren van betonwapening
-
-
-
Lokalisatie van olie- of watertanks in het kader van milieuhygiënisch onderzoek
-
-
-
Archeologisch onderzoek
-
-
-
Opsporen van holtes en verzakkingen
-









