Vergraven of natuurlijk opgevulde zones

Identificeer zettingsgevoelige zones zoals een paleogul of gedempte gracht

De homogeniteit van de bodem is een belangrijke parameter voor bouwprojecten. Een perceel kan er aan de oppervlakte vlak uitzien, maar in de diepte doorsneden zijn door een oude paleogeul, een gedempte gracht of zones met geroerde grond. Deze zones zijn vaak zettingsgevoelig en bevatten soms organisch materiaal zoals veenlenzen, wat ze ongeschikt maakt voor directe fundering op staal.

Kartering van lokale bodemvariaties

Geofysisch onderzoek maakt de complexe horizontale en verticale lithostratigrafische variatie van een terrein zichtbaar. In gebieden met een rijke hydrologische of menselijke geschiedenis is de bodem zelden homogeen. Paleogullen, gedempte grachten en vergraven zones zorgen voor abrupte overgangen in de ondergrond. Deze variaties gedetailleerd in kaart brengen, is essentieel voor het voorkomen van differentiƫle zettingen bij toekomstige infrastructuur.

Geofysica op maat

Afhankelijk van de terreinomstandigheden beantwoorden meerdere technieken de onderzoeksvraag. Vooreerst genereert EMI (Elektromagnetische Inductie) vlakdekkende resultaten waardoor deze techniek geschikt is om snel grote terreinen te scannen. Daarnaast creƫert ERT (Elektische Resistiviteits Tomografie) een 2D dwarsdoorsnede van de bodem wat een indicatieve diepte- en diktebepaling van de lagen toelaat. Geulen die met klei of slib werden opgevuld, vertonen een hogere geleidbaarheid dan de aangrenzende zandige sedimenten en kunnen daardoor van elkaar onderscheiden worden. Tenslotte biedt Microgravimetrie, waarbij het zwaartekrachtveld per puntlocatie wordt gemeten, een geschikte oplossing voor het lokaliseren van oppervlakkige bodemdichtheidsafwijkingen.

Ter validatie van de metingen worden er steeds elektrische sonderingen (CPT) of boringen geadviseerd.

Geofysische technieken