Een (grond)radar of Ground Penetrating Radar (GPR) is een geofysisch meetinstrument waarbij gebruik wordt gemaakt van elektromagnetische pulsen met radiofrequentie voor het lokaliseren van structuren en bodemvreemde objecten in de ondergrond. De radiogolven worden verstuurd en ontvangen door een sensor die met een continue snelheid over het maaiveld wordt voort bewogen. Daarbij dient de onderkant van de sensor steeds contact te hebben met het maaiveld. De metingen worden in een grid uitgevoerd langs parallelle en loodrechte lijnen met een vaste tussenspatiëring.
Elektromagnetische inductie (EMI) is een geofysische techniek waarbij gebruik gemaakt wordt van laagfrequente elektromagnetische velden om de elektrische geleidbaarheid (Ec) en magnetische gevoeligheid (Ms) van de ondergrond op een non-invasieve manier te onderzoeken.
Magnetometrie is een non-destructieve geofysische onderzoeksmethode die variaties in het aardmagnetisch veld meet. Door geringe verstoringen in dit veld te analyseren, worden objecten en structuren in de bodem worden gedetecteerd.
Deze techniek is gebaseerd op het bestaan van contrasten in de magnetische susceptibiliteit: het vermogen van een materiaal om een geïnduceerde magnetisatie te verkrijgen door het magnetisch veld. De magnetisatie is het gevolg van de hoeveelheid ijzeroxide (Fe2O3) er aanwezig is in ferromagnetische objecten of gesteenten.
Vertical Electrical Sounding (VES) is een geofysische techniek waarmee de elektrische weerstand (<> geleidbaarheid) van de bodemlagen wordt gemeten aan de hand van de Wenner-methode.
Elektrische resistiviteitstomografie (ERT) is een geofysische techniek waarmee de elektrische weerstand (<> geleidbaarheid) van de bodemlagen wordt gemeten. De metingen worden uitgevoerd met een weerstandsmeter volgens het protocol Wenner-Schlumberger en/of Dipool-dipool.
Bij het uitvoeren van seismische metingen worden geofonen (seismische sensoren) in de bodem aangebracht. Vervolgens wordt er een seismische golf gegenereerd door middel van een kunstmatige bron. De reistijd van de golven, die nodig is om zich door de bodem te bewegen, wordt gemeten met een seismische recorder. De snelheid waarmee de golven zich voortplanten is afhankelijk van de bodemeigenschappen (vb. stijfheid) en de bodemstructuur (scheuren, breuken, etc.). Op basis van de gemeten snelheden wordt de lithostratigrafie bepaald. Er worden drie soorten golven onderscheiden:
Tijdens een geofysisch onderzoek door middel van microgravimetrie wordt het zwaartekrachtsveld van de aarde per puntlocatie gemeten. Het doel is om anomalieën te lokaliseren die zich kenmerken door een afwijkende bodemdichtheid zoals galerijen, karstfenomenen, grotten, zinkgaten, etc.
Microgravimtrie is gebaseerd op de toepassing van de wet van Newton. Deze vergelijking stelt dat de intensiteit van de zwaartekracht, f, uitgeoefend tussen twee objecten, een functie is van hun massa’s (m en m’), hun afstand (d) en de universele gravitatieconstante (G).